Maatschappij en Bank
De maatschappelijke functie van een bank is, meer dan ooit, aan de orde. In mijn tijd als actieve bankier was het ondenkbaar dat banken de risico’s op de boeken zouden nemen die zij vlak voor de bancaire crisis van 2008 hebben genomen. Weliswaar is het bancaire systeem uit de put gered door diverse overheden en daarmee door belastingbetalers maar het lijkt wel alsof de bankiers nog steeds hun les niet hebben geleerd en gewoon doorgaan. Tijdens een televisie uitzending in mei 2011 waarschuwden vijf vooraanstaande economen voor het feit dat in het huidige systeem de aan een bank toevertrouwde spaargelden gebruikt worden voor de financiering van allerlei winstgevende maar riskante projecten in de wereld en dat de ‘derivaten-markt’ weer welig tiert. Wie zijn spaarcentjes naar het casino brengt, loopt een bewust risico alles te verliezen. Zij pleitten voor een afgrendeling van de functie van zakenbanken en van algemene banken. Zakenbanken zouden geen toegang tot de spaarmarkt mogen hebben.
In Engeland is wetgeving in voorbereiding om deze scheiding wettelijk af te dwingen. Nog niet zo lang geleden had je als bankier als een goed huisvader te zorgen voor de veiligheid en zekerheid van de ingelegde gelden. Het was een maatschappelijke plicht. Financieringen waren in principe voor de korte termijn. Voor hypothecaire financieringen waren er hypotheekbanken en eventueel speciale fondsen zoals het Bouwfonds etc. Voor al dan niet gesubsidieerde investerings-kredieten was er de Nationale Investeringsbank. In Amerika kende men het fenomeen ‘investment bank’ maar door de scherpe, wettelijke, scheiding tussen algemene banken en deze ‘investment banks’ hadden zij geen toegang tot de spaarmarkt.
Een bank kan alleen functioneren op basis van vertrouwen. Valt het vertrouwen weg dan valt het bestaansrecht voor die bank weg waardoor die bank ‘omvalt’. Wantrouwen is dodelijk voor banken. Er is geen bank die in staat is om het massaal weglopen van klanten op eigen kracht te doorstaan. De angst dat een bank onderuitgaat, is voldoende om dat ook inderdaad te laten gebeuren. Met als bijkomend risico dat het hele bankensysteem wordt gewantrouwd. Het omvallen van DSB bank heeft dit risico duidelijk aangetoond.
Bankiers zijn dienstverleners. Een bank heeft een maatschappelijke functie en zal duidelijk moeten aangeven welke de grenzen van haar functioneren zijn en hoe groot haar actieradius is. Een graaicultuur is de doodsteek voor de vertrouwensbasis waarop een bank gebouwd is.
(Captain our bonuses are here!)
Het is opvallend dat de huidige generatie van bankiers ‘oorverdovend stil’ is wat betreft het kijken naar de eigen rol in de afgelopen financiële crisis. In de tijd waarin we leven kijkt niemand graag naar zichzelf maar wijst liever met de vinger naar een ander. Verantwoordelijkheid nemen en betrouwbaarheid zijn niet ‘in’ in de huidige maatschappij. Toch is er een grote behoefte aan deze twee kwaliteiten en aan het leiderschap en de visie die erbij horen.
Maatschappelijk bankieren dat is waar het nu om draait.






















































Mooi gezegd en geschreven. Ik geloof dat uiteindelijk de boze geesten uit de wereld van commercieel bankieren zullen verdreven worden. Maar het zal nog veel energie en persistentie vergen van zowel jou en mij, als van de wetenschappelijke en politieke wereld. Voorwaarts dus.