Villa Sophia Rondbrief
Oktober 2017

Tot jezelf komen
Om tot jezelf te komen zullen we – hoe dan ook – uit datgene moeten stappen wat we niet zijn. De menselijke ziel is goddelijk en onsterfelijk. In zuiverheid is de menselijke ziel Absoluut, de goddelijke vonk zelf in ons, Âtman, Brahman. Dat Absolute is het Zelf van alles en allen, ongeboren, onsterfelijk, onveranderlijk, zuiver bewustzijn, waarheid en werkelijkheid tegelijkertijd, het leven zelf van de hele kosmos. De werkelijkheid van dat Zelf vinden, is de vervulling van het menselijk leven. Ons ‘probleem’ is dat we zo menselijk zijn en dus boordevol zitten met alle mogelijke vormen van denken, voelen en ervaren. Maar op de keper beschouwd is al dat denken, voelen en ervaren gebaseerd op de dualiteit van tegenstellingen, gebaseerd op polariteit. Wij zijn er zo aan gewend en zo aan verslaafd dat we er zelfs niet met een koetouw uit weg te trekken zijn.
Er is een prachtig boekje uit de mystiek van het middeleeuwse Engeland getiteld The Cloud of Unknowing. De essentie van dat boekje houdt in dat we om in God zelf op te gaan, eerst al ons denken, voelen en ervaren zullen moeten neerleggen in een  wolk van niet-weten. Die wolk is als duisternis en wordt dan ook als een geschenk van God beschouwd omdat we in diepe meditatie, in diepe contemplatie en in reflectie al ons denken en voelen in die wolk van niet-weten achter ons kunnen laten. Dan opent zich de poort naar wat Gurdjieff en Ouspensky aangeven als de binnenste cirkel van de mensheid. We hebben dan het individuele en persoonlijke achter ons gelaten en het leven focust zich dan geheel op dienstbaarheid (Godsdienst), devotie (overgave) en meditatie. Ons leven is dan een offer: we leggen alles neer aan de voeten van de Heer. Omdat ons hele innerlijk op het verwerkelijken van die goddelijke staat is gericht, wordt onderscheid-maken heel gemakkelijk. Langzamerhand vallen alle resterende toeters en bellen uit het verleden van ons af en ons innerlijk wordt transparant en vervuld van vrede en liefde.

De Taittirîya upanishad vat dit heel precies samen:
II.7.1 In den beginne was er geen schepping; toen kwam de schepping. Hij schiep zichzelf uit zichzelf. Daarom wordt Hij Zelf-Schepper genoemd. Alles is Zelf-geschapen. Hij is die essentie. De mens drinkt die essentie en is vol gelukzaligheid. Als de mens zich niet in die vreugde verloor, zou hij niet kunnen ademen, zou hij niet kunnen leven. Het Zelf is de enige vreugdegever. Wanneer de mens de onzichtbare, naamloze, tehuisloze, vormloze, onkwetsbare rots vindt, is hij niet langer bevreesd. Twijfelen aan het Absolute is in vrees leven. Voor wie zichzelf wijs denkt, maar twijfelt aan het Absolute, wordt dat Absolute (Brahman) de vrees zelf. Door vrees voor Hem schijnt de zon, stroomt de regen, brandt het vuur, blaast de wind en spoedt zich de dood. 
II.9. Wie de geestelijke vreugde van Brahman kent, die de geest niet kan vatten, die de tong niet kan uitspreken, vreest niets.

Wie de futiliteit van dit alles inziet, geniet van het Zelf dat goed en slecht omvat. Die mens weet wat echte vergeving inhoudt. Door inzicht en kennis ziet men de eenheid door goed en fout heen. Zo wordt een mens sterk.

Paul van Oyen

 

 

 

This article has 2 comments

  1. Mw. D. van Gennip Reply

    Beste mijnheer van Oyen,

    Graag zou ik uw volgende rondbrieven ontvangen. Zou dat kunnen?
    Bij voorbaat dank voor uw reactie.

    Met vriendelijke groet,
    Mw. D. van Gennip
    dvangennip@mac.com

  2. Paul van Oyen Reply

    Ik reageer nu pas waarvoor mijn excuses
    Ik heb uw adres op de verzendlijst geplaatst
    m.vr.gr.
    Paul van Oyen

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *